Paragraaf 7.5 moedigt organisaties aan om zich te concentreren op implementatie en milieuprestaties, in plaats van op ingewikkelde documentatie. Gedocumenteerde informatie is slechts een middel om een doel te bereiken. U hoeft alleen die informatie te onderhouden die noodzakelijk is om de effectiviteit van het Milieumanagementsysteem (MMS) aan te tonen en de Anarchische Actie te ondersteunen.
De planning begint met de strategische beslissing over wat moet worden vastgelegd en hoe dit het meest efficiënt kan gebeuren.
Voldoende, niet Overdreven: De hoeveelheid documentatie moet in verhouding staan tot de omvang, complexiteit en de risico's van de organisatie. Grote, risicovolle organisaties hebben meer nodig dan kleine, eenvoudige organisaties.
Flexibiliteit en Integratie: De documentatie hoeft niet de vorm te hebben van een apart milieumanagementhandboek. Integreer de informatie in bestaande systemen zoals ISO 9001 (Kwaliteit), ISO 45001 (Arbo) of ERP-systemen.
Meervoudig Gebruik: Maak gebruik van bestaande documenten. Werkinstructies, beleidshandboeken of jaarverslagen die al voor andere doeleinden bestaan, mogen ook voor het MMS worden gebruikt. Dit is de meest efficiënte invulling van de norm.
De Topleiding moet de bevoegdheid geven om dit minimale, maar effectieve, documentatiesysteem te hanteren.


De uitvoering gaat over het verzekeren dat de gedocumenteerde informatie altijd actueel, toegankelijk en beschermd is.
Creatie en Bijhouden: Zorg dat de documenten correct zijn geïdentificeerd (bijvoorbeeld met datum en revisienummer), gecontroleerd op geschiktheid en waar nodig geactualiseerd.
Bescherming en Toegankelijkheid: Zorg ervoor dat de documenten op de juiste plek zijn opgeslagen en beveiligd tegen onbedoelde wijziging, verlies of vernietiging. De informatie moet bovendien makkelijk toegankelijk zijn voor de medewerkers die deze nodig hebben om hun werk te doen (de 'Anarchische' Actie).
Vastlegging van Bewijs: Registraties (records) moeten worden bewaard om aan te tonen dat de processen zijn uitgevoerd zoals gepland (bijvoorbeeld auditrapporten, trainingsverslagen, notulen, en de Milieudoelstellingen).
Het auditen van 7.5 is de lakmoesproef van het MMS. De auditor moet controleren of de documentatie de organisatie helpt in plaats van belemmert.
De 'Noodzaak'-Vraag: Vraag aan de proceseigenaren waarom een bepaald stuk informatie is gedocumenteerd. Is het een eis van de norm, of is het toegevoegd om een interne (praktische) behoefte te vervullen? Dit toont inzicht in de norm en de interne logica.
Koppeling aan de Praktijk: Ga niet alleen de documenten na, maar verifieer op de werkvloer of de informatie daadwerkelijk wordt gebruikt. Weten medewerkers waar de werkinstructies staan en volgen ze deze op?
Controleer de Effectiviteit: Vraag uzelf af: Is de documentatie duidelijk genoeg om de organisatie in staat te stellen aan de eisen te voldoen en haar doelen te bereiken? Bijvoorbeeld: Is de documentatie over noodsituaties (§ 8.2) begrijpelijk genoeg om snel en adequaat te reageren?
Beoordeel de Integratie: Hoe wordt dubbel werk voorkomen? Is er sprake van een efficiënte, geïntegreerde aanpak met andere managementsystemen?


De 'Act' fase zorgt ervoor dat het documentatiesysteem minimalistisch en nuttig blijft.
Vereenvoudiging: Als uit de audit blijkt dat er overbodige documenten zijn, of dat medewerkers tijd verspillen aan het zoeken naar informatie, moet het documentatiesysteem onmiddellijk worden vereenvoudigd en gestroomlijnd.
Integratie met Technologie: Overweeg het gebruik van technologie (ERP, digitale platforms) om de toegankelijkheid en het beheer van gedocumenteerde informatie te verbeteren en papiergebruik te verminderen.
Feedback vanuit de Review: De Management Review (§ 9.3) moet periodiek de geschiktheid en de efficiëntie van de gedocumenteerde informatie beoordelen.
Door de focus te leggen op de inhoud en het doel, in plaats van de hoeveelheid en de vorm, zorgt u ervoor dat gedocumenteerde informatie een praktisch en nuttig instrument is voor de organisatie, en niet een overbodige bureaucratische last.