Paragraaf vereist een robuust proces voor het identificeren van gevaren en het beoordelen van de bijbehorende risico’s en kansen. Dit proces moet voortdurend en proactief zijn; het moet de realiteit van de werkvloer omvatten en elke vorm van G&VW-risico opvangen, van het fysieke tot het psychosociale.
De identificatie van gevaren is het startpunt en begint idealiter al bij de conceptuele ontwerpfase van een nieuw product, werkplek of proces.
De Volledige Levenscyclus: Dit proces moet doorgaan gedurende de volledige levenscyclus: van ontwerp en inbedrijfstelling tot de dagelijkse routine en het afstoten.
Gevaren in de Brede Zin: Gevaren moeten breed worden gezien, inclusief: fysisch, chemisch, biologisch, mechanisch, elektrisch, beweging/energie, en essentieel: psychosociaal (bijv. werkdruk, monotone taken).
Focus op de Realiteit (De Creatieve Kwaliteit): Het proces moet de complexiteit van de werkelijkheid omvatten:
Routine én Niet-Routine: Zowel dagelijkse handelingen als onverwachte situaties of korte- en langetermijnactiviteiten leveren gevaren op.
Menselijke Factoren: De interacties tussen de medewerker, de activiteiten, de gereedschappen en de organisatie moeten worden meegenomen. Dit gaat over ergonomie, capaciteiten en beperkingen, en de manier waarop werk daadwerkelijk wordt uitgevoerd (en niet alleen hoe het is beschreven).
Veranderende Gevaren: Het proces moet gevoelig zijn voor nieuwe of veranderde gevaren die ontstaan door verslechterende processen, aanpassingen, of zelfs toegenomen vertrouwdheid (gewenning).


Gevarenidentificatie stelt de organisatie in staat om G&VW-risico’s te beoordelen, prioriteren en weg te nemen of te verminderen. De methode en complexiteit van de beoordeling worden bepaald door de gevaren en de activiteiten, niet door de omvang van de organisatie.
Beoordeling van de Werkvloer: De primaire focus ligt op G&VW-risico’s. Dit wordt bereikt door methoden zoals werkgevarenanalyse en het continu consulteren van medewerkers die de gevolgen van de activiteiten ondervinden (bijvoorbeeld veranderingen in de werkbelasting).
Beoordeling van het Systeem: Er moeten ook passende methoden zijn om andere risico’s voor het G&VW-managementsysteem zelf te beoordelen. Hierbij gaat het om dagelijkse besluiten (pieken in de workflow, herstructurering) en externe invloeden (economische verandering).
Het beoordelingsproces moet actief aandacht besteden aan G&VW-kansen en andere vastgestelde kansen, en de voordelen en het potentieel daarvan voor het verbeteren van de G&VW-prestaties.
Systemische Input: De kennis over gevaren en de inzichten uit gepubliceerd onderzoek en feedback van medewerkers moeten worden gebruikt om kansen te identificeren.
Middelen Afstemmen: De beoordeling moet er ook toe leiden dat middelen worden afgestemd op bestaande en veranderende behoeften (bijvoorbeeld de inkoop van nieuwe, verbeterde uitrusting of training).


De beoordeling van deze paragraaf richt zich op de volledigheid en diepgang van de identificatie en beoordeling.
Is de Scope Breed Genoeg? Is het proces gevoelig voor alle vormen van gevaar, inclusief die van mensen buiten direct gezag (mobiele werknemers, thuiswerkers) en mogelijke noodsituaties (inclusief sociale onrust of natuurrampen)?
Naleving van de Levenscyclus: Wordt er bewijs geleverd dat de gevarenidentificatie daadwerkelijk plaatsvond in de vroegste ontwerpfase en wordt het continu herzien?
Dit proactieve, allesomvattende proces is de basis waarop de organisatie haar Harmony met haar omgeving opbouwt en de Creatieve Kwaliteit van haar G&VW-beheersing aantoont.
.